De Oldehove is een scheve kerktoren in Leeuwarden die nooit is afgebouwd.
Op het plein waar nu de Oldehove staat, stond omstreeks 1100 een tufstenen kerkje, dat in de 13e eeuw vervangen zou worden door een grotere, uit rode kloostermoppen opgetrokken kerk. Men kwam echter niet verder dan de aanleg van de fundering.
Toen in 1435 de dorpjes Oldehove, Nijehove en Hoek werden samengevoegd en de stad Leeuwarden ontstond, kwam er al spoedig behoefte aan een groter godshuis. Zo kwam een driebeukige, aan Sint-Vitus gewijde basiliek tot stand.
Doch de Leeuwarders wilden meer: Ze wilden net zo'n hoge toren bij hun te bouwen kerk bezitten als de Groningers in de jaren 1469-1482 hadden gekregen met de Martinitoren. Er werd dus een actie ontketend en uit heel Friesland stroomde het geld binnen.
Op 28 mei 1529 was het zover: het stedelijk bestuur van Leeuwarden en kerkvoogden van Oldehove droegen aan meester Jacob van Aaken de bouw van een nieuwe toren en kerk te Oldehove op. Als beloning kreeg deze bouwmeester acht stuivers per dag, een vrije woning en gedurende zes jaar waarop de bouw werd geschat een 'eerlyk niuw kleed'.